Wat is Alzheimer?

De ziekte van Alzheimer is een ongeneeslijke hersenziekte waarbij de cellen in sommige delen van de hersenen ophouden te functioneren en afsterven. Het is de meest voorkomende vorm van dementie, slechts 40 procent van de mensen rond de leeftijd van 90 hebben deze vorm van dementie. Alzheimer treft voornamelijk mensen van boven de 65 jaar. De ziekte is vernoemd naar de Duitse neuroloog Aloïs Alzheimer, hij ontdekte begin vorige eeuw veranderingen in het hersenweefsel van mensen die aan dementie waren overleden. Bij Alzheimer houden hersencellen in sommige delen van de hersenen op met functioneren en sterven af. Hierbij verdwijnen hersenfuncties die het denken, het geheugen en taalgebruik beheersen.

De ziekte van Alzheimer begint vaak ‘onschuldig’. Er ontstaat een lichte vorm van geheugenverlies, een verminderde activiteit en een afnemend reactievermogen. Oudere mensen hebben over het algemeen meer tijd nodig om nieuwe dingen te leren of oude zaken te herinneren, daarnaast hebben ze ook meer moeite om de aandacht ergens op te richten en die aandacht vast te houden, ook vinden zij het moeilijker om verschillende dingen tegelijk te doen. Deze symptomen lijken op de ‘gewone’ ouderdomsverschijnselen, alleen deze symptomen bij een patiënt met Alzheimer treden veel heviger op en nemen sneller toe.

De ziekte van Alzheimer is onomkeerbaar. Ondanks uitgebreid wetenschappelijk onderzoek zijn de oorzaak en de behandelmethoden voor genezing nog onbekend. Dementie is geen directe aanleiding voor overlijden, maar onderzoek heeft wel uitgewezen dat de levensverwachting van mensen met de ziekte van Alzheimer korter is dan die van gezonde mensen.

De duur van de ziekte van Alzheimer is gemiddeld 7 jaar. Het tempo waarin de ziekte zich ontwikkelt is per patiënt verschillend. Wel is er bij elke patiënt een duidelijk onderscheid waarin je de ziekte kan verdelen. De ziekte van Alzheimer onderscheidt 3 stadia, waarin telkens een kenmerkende verslechtering in de geestelijke en lichamelijke conditie van de patiënt waarneembaar is.

Het eerste stadium: geheugenverlies

De kenmerken die kunnen duiden op de ziekte van Alzheimer zijn o.a. vergeetachtigheid, desoriëntatie, verandering van persoonlijkheid en vermindering van reactievermogen. De patiënten zijn lusteloos, minder spontaan en leren trager. Een grondig onderzoek kan verduidelijken of er echt met Alzheimer te maken is, voor de volledige zekerheid kan er alleen na het overlijden van de patiënt een autopsie worden gepleegd op de hersenen. In dit eerste stadium kunnen de Alzheimerpatiënten nog zonder hulp eenvoudige handelingen verrichten. De patiënten kunnen problemen krijgen met hun spraak en krijgen voorkeur voor het bekende. Zodra de patiënten zich bewust worden van hun falen, treedt depressiviteit, irritatie en onrust op. Hierbij kan (professionele) begeleiding handig zijn.

Het tweede stadium: geestelijke invaliditeit

In dit stadium is er duidelijk te merken dat de Alzheimerpatiënt belemmeringen ondervindt in het dagelijks leven. Het korte termijngeheugen functioneert matig, terwijl herinneringen uit een ver verleden vaak helder voor ogen staan. De patiënt kan moeite hebben met het herkennen van familieleden en vrienden en kan zelf woorden verzinnen. Doordat de patiënt sterk hulpbehoevend wordt, is professionele hulp in dit stadium nodig.

Het derde stadium: volledige afhankelijkheid

In dit laatste stadium heeft die ziekte van Alzheimer de patiënten de essentie van hun leven ontnomen. Ze zijn afhankelijk van anderen en hebben 24uur per dag verzorging nodig. Mogelijke symptomen zijn slaapstoornissen, hallucinaties, slaapwandelen en verlies van en controle over de ontlasting. De lichamelijke problemen worden steeds erger, dat er steeds meer complicaties kunnen ontstaan. Patiënten kunnen hun vermogen verliezen om te kauwen en te slikken en ze zijn vatbaarder voor infecties. De ademhaling gaat ook steeds moeizamer verlopen waardoor dit alles uiteindelijk leidt tot een onvermijdelijke dood. 

Wat gebeurt er in de hersenen bij een patiënt met Alzheimer?

Zodra iemand de ziekte van Alzheimer heeft, wordt als eerste de hippocampus aangetast. De hippocampus speelt een belangrijke rol bij het lange termijn geheugen.Zodra de ziekte zich verder ontwikkelt, worden ook de kwabben aangetast. 

Ook bij de hersenen is er een duidelijk verschil te zien tussen de drie aangegeven stadia. Bij het eerste stadium wordt het kortetermijngeheugen van de patiënt steeds minder. De cellen in de hippocampus, een onderdeel van het limbisch systeem functioneren steeds minder goed. De patiënten kunnen hierdoor steeds minder volgens een bepaalde routine handelen. Hoe verder de ziekte zich in de hersenen kan verspreiden en uiteindelijk de buitenkant van de hersenen bereikt, ofwel de hersenschors, gaat dit ten koste van het inzicht en taalfunctie van de patiënt en kan een patiënt last hebben van emotionele uitbarstingen.

Naarmate de ziekte vordert, sterven steeds meer hersencellen af, waardoor er gedragsveranderingen plaatsvinden zoals bijvoorbeeld ronddwalen. De patiënt is steeds minder in staat om gezichten te herkennen. Naarmate de ziekte naar het laatste stadium vordert is het voor een Alzheimerpatiënt ook steeds zwaarder om goed te kunnen communiceren en gezichten te herkennen. Uiteindelijk verliest de patiënt ook de controle over ontlasting en zijn ze vierentwintig uur afhankelijk van verzorging.

In het meest gevorderde stadium is er in de hersenen totale inkrimping van het hersenweefsel te zien. De hersenen van een patiënt met Alzheimer tonen diepere plooien aan de buitenkant van de hersenen en de hersenkamers, ook wel ruimtes in de hersenen genoemd zijn groter. Verder zijn ook de windingen in de hersenen, die het hersenvocht bevatten gekrompen. 

Tekort aan belangrijke chemische stoffen. 

Bij mensen met de ziekte van Alzheimer komt een tekort aan belangrijke chemische stoffen in de hersenen voor. Deze chemische stoffen zijn neurotransmitters die verantwoordelijk zijn voor de overdracht van boodschappen in je hersenen. De hersencellen bij een Alzheimerpatiënt worden aangetast doordat dunne vezels van een eiwit genaamd tau kluwens vormt in de hersencellen. Deze cellen blijven zich vermenigvuldigen totdat ze uiteindelijk de hersencel laten barsten, waardoor de hersencel afsterft.

Naast het eiwit tau is er een ander eiwit, Beta-amyloide dat lagen tussen de hersencellen vormt, ook wel plaques genoemd. Plaques zijn giftig voor de hersencellen en zorgen ervoor dat er nog meer hersencellen in de buurt van de Plaques dood gaan. 

 

Hoe kan men de diagnose van ´Alzheimer´ stellen?

Een zekerheidsdiagnose kan men nooit stellen bij een patiënt, dit kan echter wel achteraf na het overlijden. Men kan toch symptomen van de ziekte vergelijken met de symptomen van de patiënt.

De symptomen van de ziekte zijn als volgt: De eerste symptomen van Alzheimer zijn vaak geheugenverlies op korte termijn: meerdere keren de zelfde vraag stellen, de patiënt onthoudt niet wat zijn/haar partner tegen hem verteld. De hersenactiviteit verslechterd ook, dit kan men waarnemen door een afnemend reactievermogen. In een verder stadium essentiële gebeurtenissen uit het recente verleden niet meer kunnen herinneren. Deze symptomen komen erg overheen met de ouderdom, daardoor is deze ziekte moeilijk te constateren. Verder bevat deze ziekte ook nog andere symptomen namelijk: 

 - verdere oriëntatiestoornissen in tijd: de datum, het seizoen of de tijd niet meer weten.


-        Oriëntatiestoornissen in plaats: de juiste route naar huis niet meer weten te vinden en bekende plaatsen in de buurt vergeten. Voortdurend verdwaald raken

-        Oriëntatiestoortnissen in persoon: personen niet meer herkennen. Deze vergeetachtigheid begint bij verre kennissen en trekt steeds verder door tot het vergeten van zijn/haar eigen familieleden.

-        Stoornissen van de uitvoerende functies: voorwerpen op de verkeerde plaats terugleggen, op plaatsen waarvoor deze niet bedoeld zijn.

-        Spraakstoornissen:  onsamenhangende gedachtegang en spraak

-        Emotionele incontinentie: onaangepast huilen of lachen

-        Vaak initiële ontkenning van ziek zijn

-        In een verdere fase somatische symptomen en zelfverwaarlozing: kleren verkeerd aantrekken, slechte hygiëne, met andere woorden deze patiënten kunnen niet meer voor zichzelf zorgen. 

-        Neurologisch onderzoek: uitsluiten van neurologische oorzaken in strikte zin zoals CVA, hersentumor, doorgemaakt schedeltrauma, intoxicatie.

-        Mini mental state examination: Een vragenlijst die internationaal gebruikt wordt en die gedurende 10 minuten een goed beeld geeft over het aanwezig zijn van dementie. De vragen gaan over oriëntatie in tijd en plaats, aandacht- en rekenfunctie, geheugenfunctie, taalfunctie enz.

-        EEG: uitsluiten van vaatstoornissen, taalfunctie, haardverschijnselen, bewustzijnsstoornissen (epilepsie) en toxische oorzaken.

-        Verdere cognitieve tests en beoordeling van de dagelijkse activiteiten:

o   Global deterioration scale (GDS), waarbij de mate van cognitieve achteruitgang gemeten wordt op een schaal van 1 tot 7.

o   Instrumental activities of daily living (I-ADL), hierbij wordt het gebruik van de telefoon, het winkelen, koken, huishouding, financiëel beheer gemeten op een schaal van 0 tot 36.

o   KATZ-schaal: het beoordelen van wassen, aankleden, verplaatsen, toiletgang en eten.

o   Neuropsychiatric inventory (NPI): navraag naar bijkomende psychologische symptomen zoals wanen, hallucinaties, agitatie, agressie, depressie enz. 

-        Pseudodementie: een onderliggende depressie met secundaire concentratiestoornissen die door patiënt of de omgeving worden geïnterpreteerd als beginnende geheugenfunctiestoornissen.

-        MCI: deze ziekte komt voor op wat jongere leeftijd. Het begint met het niet kunnen onthouden van namen (geheugenstoornissen op korte termijn), deze ziekte kan men dus verwarren met de ziekte van Alzheimer.

-        Erfelijke vormen van ernstige dementie: een voorbeeld hiervan is de ziekte van Huntington ( een erfelijke ziekte die bepaalde delen van de hersenen aantast, men ondergaat door deze ziekte persoonlijkheidsveranderingen en verstandelijke achteruitgang).

-        Multi-infarct dementie: deze ziekte is te constateren via een hersenscan (CT of MRI). Het wordt vasculaire dementie genoemd en dit is een ziekte waarbij hersengebieden afsterven waardoor er verstoringen zijn in de bloedtoevoer naar de hersenen.

-        Metabole oorzaken: vertraagde schildklierwerking, vitamine B12 tekort, HIV, enz.

-        Posttraumatische resttoestanden: na een zware hersenschudding met hersenlaceratie ( scheuren in het hersenweefsel), hierdoor is men erg suf en verward en kan men problemen hebben met lopen.

-        Hersentumoren

-        Hersenbloeding

-        Toxische factoren: zoals alcoholische dementie.

-        ‘Normal pressure hydrocephalus´: door de uitgezette ventrikels ontstane geheugenfunctiestoornissen en in een verder stadium incontinentie en loopstoornissen.

De ziekte van Alzheimer is hedendaags toch nog zeer interessant. Men weet namelijk niet hoe deze ziekte vroegtijdig aangetoond kan worden, zodat er iets aan deze ziekte gedaan kan worden. 
De veelbelovende techniek is het in beeld brengen van het ´amyloïd’ (op zetmeel lijkend eiwit) in de hersenen door middel van een PET-scan. Hierbij wordt door een arts een radioactieve stof in de bloedbaan van de arm gespoten. De stof (PiB) gaat vervolgens een chemische verbinding aan met het in de hersenen aanwezige amyloïd. De afbraakproducten worden dan zichtbaar in het beeld van de scanner. Het enige nadeel is dat ook de afbraakproducten in de hersenen van normale ouderen voorkomen, daarom is het van belang om te weten bij welke hoeveelheid er een aanwijzing bestaat voor de ziekte van Alzheimer. Er bestaat ook nog een andere techniek namelijk de lumbale punctie, daarbij wordt er ruggenmergvloeistof onderzocht op amyloïd afbraakproducten. Amyloïde afbraakproducten zijn namelijk de kenmerken van de ziekte van Alzheimer. 

Als men een vermoeden heeft dat zijn/haar familielid de ziekte van Alzheimer heeft doordat deze patiënt de hierboven staande symptomen bezit dan moet men naar de huisarts. De patiënt ondergaat een geheugenconsultatie. Bij deze consultatie wordt de patiënt geheel ondervraagd (anamnese), als de patiënt niet bewust is van zijn dementie en eventueel zijn ziekte van alzheimer dan zulllen ook de naaste familieleden worden ondervraagd. Vervolgens zal ook na worden gegaan of deze ziekte al eerder in de familie van de desbetreffende patiënt is voorgekomen. De volgende onderzoeken worden uitgevoerd door specialisten op dit gebied en ze zijn noodzakelijk om een vermoedelijke diagnose te stellen.

Verder moeten na deze onderzoeken nog onderscheid worden, aangezien men ook te maken kan hebben met andere ziektes of aandoeningen dan Alzheimer zoals :

Deze diagnose met zijn testen ziet er erg betrouwbaar uit, maar toch is de ziekte zeer moeilijk te achterhalen bij een levende patiënt. Vele mensen die achteraf aan de ziekte van Alzheimer hebben geleden waren kregen als uitslag op de hierboven staande testen: negatief. Zij kwamen dus niet in aanmerking met deze ziekte. Deze patiënten bevonden zich toen in het vroege stadium van de ziekte, zodat de verkeerde conclusie wordt getrokken. Het blijft ook altijd moeilijk om te constateren of het werkelijk de ziekte van Alzheimer is of toch een andere ziekte of aandoening zoals hierboven is opgesomd.

Hoe is alzheimer te behandelen?

De ziekte van Alzheimer is helaas niet te bestrijden met medicijnen, aangezien de oorzaken en het genezingsproces tot op de dag van vandaag nog niet duidelijk is. Er zijn echter wel medicijnen die de symptomen van de ziekte tijdelijk verminderen.

Er zijn in Nederland 3 middelen hiervoor beschikbaar:

1. Rivastig mine (Exelon): Deze mag alleen door een specialist worden voorgeschreven. Het is een acethylcholine esteraseremmer . Aangezien de concentratie van de neurotransmitter* acetylcholine verlaagd is, door het afsterven van zenuwcellen in de hersen wordt dit medicijn voorgeschreven. Het werkt het proces tegen, door de enzymen van acetylcholinesterase en butyrylcholinesterase, die acetylcholine afbreken, te blokkeren. Dit zorgt ervoor dat de symptomen van dementie verminderen. Het is beschikbaar in de vorm van harde capsules of door tabletten die in de mond oplossen. Exelon is ook beschikbaar als pleister, hierdoor is een gelijkmatige afgaven van het middel mogelijk. Het is het eerste middel dat via een pleister kan worden opgenomen door een patiënt. De bijwerkingen van dit medicijn zijn meestal: misselijkheid, diarree en vermoeidheid. 

(De structuur van Rivastigmine)


2. Galantamine (Reminyl): Deze is net zoals Rivastigmine een acetylcholine esteraseremmers en deze worden dus ook voorgeschreven door een specialist. De medicijn wordt gebruikt in de lichte tot matig ernstige stadia. Het zorgt voor een stabilisering van de cognitieve functies. Hieronder worden alle functies verstaan, die nodig zijn voor het opnemen en verwerken van informatie.  Het betekent dus dat de patiënten die deze stof innemen minder slecht achteruitgaan in geheugen.

Het is beschikbaar als capsule dat eenmaal per dag moet worden ingenomen. De dosering wordt opgevoerd van 8 mg per dag naar maximaal 24 mg per dag. Bij dit middel zijn ook enkele mogelijk bijwerkingen zoals: misselijkheid, diarree, en vermoeidheid. 

( De structuur van Galantamine)


3. Memantine (Ebixa): Dit medicijn zorgt ervoor dat een teveel aan glatumaat (dit is een stof die cellen in de hersenen laat afsterven) in de hersenen vermindert, zodat de signaaloverdracht tussen de hersencellen verbetert. Het wordt gebruikt in de de matige tot ernstige vorm van de ziekte van Alzheimer. Het medicijn wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat de patiënt met de ziekte van Alzheimer zo lang mogelijk zelfstandig kan functioneren. De bijwerking van dit medicijn zijn: duizeligheid, hoofdpijn en vermoeidheid.

(structuur van memantine) 

Verder zijn er ook nog bepaalde regels waar een verzorgster in een tehuis zich aan moet houden buiten de voorschriften van de medicijnen die op het doosje staan. Een verzorgster heeft in dit proces een mentale ondersteuning nodig. Vooral mensen die dit proces zelf hebben meegemaakt snappen deze vorm van ondersteuning bij de verzorging, dit is ook terug te vinden in de verschillende interviews.

Opname in een verpleeghuis

Het is handig als de patiënten voorafgaande weten wat de hobby’s en bezigheden zijn van de patiënt, hierdoor kan de verpleging de opname en het verblijf veraangenamen.

Voorafgaande aan de opnamen van een verpleeghuis is het verstandig dat men bij verschillende verpleeg tehuizen is geweest omdat iedereen zijn eigen eisen stelt. Het is dan handig om informatie te verzamelen over de toetredingsbepalingen, het niveau van de zorgverlening, behandelmethodieken en veiligheidsvoorzieningen. Ook is de ligging, de bereikbaarheid, kerkelijke gezindheid en de bezoekregeling van invloed op de keuze. Hieraan volgt de opname, deze is vaak erg emotioneel. Om de verzorging dan zo persoonlijk mogelijk te maken is het handig om de verzorging van zoveel mogelijk persoonlijke interesses in te lichten zoals ik hierboven al een keer benoemd heb.

Verschillende vormen van verzorging van specialisten

Er zijn verschillende vormen van verzorging die in aanmerking komen voor een Alzheimer patiënt:

Gezinsverzorging: Hierbij komt men in aanmerking met een gezinsverzorger, deze wordt geregeld door uw huisarts. Deze biedt u hulp bij huishoudelijke zaken en zo mogelijk een deel van de verzorgende taken zoals wassen, aankleden etc.

Hulpverlening thuis: Deze vorm van verzorging wordt geleverd door het verpleeghuis. De huisarts  kunt u gebruiken om hulp in te roepen van een verpleeghuisarts, psycholoog, fysiotherapeut, logopedist en verpleegkundige. Professionele hulpverlening zijn ervoor aangeschreven om de zorg voor de behandeling thuis op zich te nemen.

Dag- en nachtopvang: Deze worden aangeboden door dagopvang. Het is ook in sommige gevallen mogelijk om een langere opname te realiseren. Het biedt de verzorger een langere vrije tijd om tot rust te komen. Hierbij worden de patiënten de hele dag bezig houden met verschillende spelletjes en om hun vaardigheden niet te verleren.

Psychogeriatrische zorg: Dit is de laatste stap: volledige behandeling in een verpleeghuis dat volledige verzorging en onderdak biedt. Deze verpleeghuizen hebben een wachtlijst, dus het vereist een vroegtijdige aanmelding. Het is ook voor de verzorger en de huisarts handig om een vooruitziende blik hierover te hebben. Het aanvragen hiervan wordt door de huisarts ingediend bij een indicatiecommissie, die de mate van urgentie bepaalt (dringende noodzaak). Het verpleeghuis is, bij de bepaling van de opname, vrij om te beslissen of het alleen patiënten uit de eigen regio opneemt of ook daarbuiten.

Belangrijke aspecten van dagelijkse verzorging

-   Eindeloos geduld: de taak voor de zorg van een patiënt met Alzheimer is erg zwaar. De patiënt eist steeds meer aandacht naarmate het ziekteproces. Op het einde van het ziekteproces heeft een patiënt met Alzheimer 24 uur per dag verzorging nodig.

Lichaamstaal: De geestelijke en lichamelijke conditie van patiënten bemoeilijkt het praten, luisteren en begrijpen. Er zal dus eindeloos geduld van een verzorger worden verwacht. Het kan ook wel eens voorkomen dat een gesprek onmogelijk goed verloopd, dan kan een verzorger het beste zijn belangstelling tonen en laten merken dat hij/zij luistert.  Oogcontact is daarbij een belangrijke communicatievorm. De lichaamstaal zal ook bij deze processen erg van pas komen. Een manier om hierbij ook het vertrouwen van een patiënt te winnen, is door het rustig en vriendelijk tegemoet treden van een patiënt. Bij latere stadia zal het voor een verzorger erg moeilijk worden om fatsoenlijke interactie te krijgen met de patiënt, aangezien het voor zal komen dat de patiënt zijn/haar verzorger niet meer zal herkennen.

- Pijnlijke situaties: Onder pijnlijke situaties vallen vooral de herkenning en gewenning van een patiënt, de patiënt kan zich namelijk zeer onverwachts gedragen in een voor zijn/haar vreemde omgeving, wat voor de familieleden en vrienden onbegrijpelijk is aangezien dit voor hun een vertrouwde omgeving is. Om familieleden, vrienden en/of kennissen hierop voor te bereiden is het belangrijk dat deze hierover geïnformeerd worden, waardoor zij zich hierop kunnen voorbereiden.

Het is uiteindelijk het belangrijkste dat de patiënt zich zo lang mogelijk vertrouwd voelt in zijn/haar omgeving en dat de verzorgers naar hun patiënt zo duidelijk mogelijk kunnen communiceren, vooral met hun lichaamstaal. Bij deze communicatie is het daardoor ook belangrijk om één idee per zin te gebruiken. De zin: ‘Wil je nu even in je stoel rusten of een wandeling maken?’ een foute zin hierbij zal het voor de patiënt moeilijk zijn om antwoord te geven dan dat de verzorger vraagt: ‘Wil je nu even rusten?’. Deze vaardigheden zullen duidelijk worden aan de hand van de antwoorden bij de interviews. 

Hebben mannen meer kans op de ziekte van Alzheimer dan vrouwen?

Op deze vraag is nog geen vast antwoord te geven, omdat er nog steeds veel onderzoeken naar lopen. Velen onderzoeken laten blijken dat ze denken dat vrouwen meer kans hebben op Alzheimer dan mannen. Een oorzaak ervan is de leeftijd. Vrouwen worden gemiddeld ouder en leven dus langer, waardoor de kans op dementie groter is. Een andere oorzaak is het denkvermogen. Vrouwen hebben gemiddeld een lager IQ dan mannen en ook hierdoor zouden vrouwen dus meer kans hebben om Alzheimer te krijgen.

Verder worden er ook veel onderzoeken op muizen uitgevoerd, maar hieruit kan nog geen conclusie wat de mensen betreft getrokken worden. 

Een onderzoek dat is gedaan op muizen, is door de muizen genetisch te veranderen door middel van het gen ApoE 4 uit te schakelen. Het ApoE 4 gen is een bekende risicofactor voor de ziekte van Alzheimer. Mensen die dit gen bevatten hebben dus een grotere kans om de ziekte van Alzheimer te krijgen en de leeftijd is vaak lager.

De muizen waarbij dit gen is uitgeschakeld, zijn verstoord en de hormonenregeling, met name de bijnierschorshormonen zijn ontregeld. Mannelijke muizen waarbij dit gen was uitgeschakeld hebben vanaf dat ze jong zijn een hoge concentratie bijnierschorshormonen in hun bloed.

De vrouwtjes muizen bleken bij het onderzoek op belangrijke punten te verschillen van de mannetjes. Vrouwtjes muizen vertoonden op jonge leeftijd veel minder verschillen met normale muizen dan mannetjes muizen. Pas op het moment dat bij de vrouwtjes muizen, het ApoE 4 gen ook werd uitgeschakeld, vertoonden zij de karakteristieke kenmerken die ook bij hun mannelijke soortgenoten waren gevonden.

Een andere oorzaak is dat afhankelijk van het geslacht, het proces in de hersenen zich net op een andere plek afspeelt. Bij negentig procent van de mannen  vindt het in de hypothalamus plaats, het gebied dat honger, dorst en seks reguleert. Bij vrouwen is dit slechts tien procent. Bij vrouwen begint het proces in een gebied niet zo ver van de hypothalamus, in dit gebied word de aanmaak van acetylcholine gecontroleerd.  Acetylcholine is een neurotransmitter, die vooral werkt bij de impulsoverdracht van zenuwcellen naar skeletspiercellen. Doordat het op een andere plek plaatsvindt veroorzaakt dit tussen man en vrouw een groot verschil in symptomen en gedrag, maar hier moet nog verder onderzoek naar worden gedaan.

Vrouwen gaan sneller achteruit dan mannen. Indien beide patiënten zich in dezelfde fase van de ziekte bevinden zal volgens onderzoekers aan University of Hertfordshire vrouwen eerder aftakelen dan mannen.

Is de ziekte van Alzheimer een erfelijke ziekte?

Alzheimer is van te voren moeilijk te constateren, daarom is het ook moeilijk om aan te geven of deze ziekte erfelijk is. De meeste soorten van Dementie zijn niet erfelijk, maar toch wordt dit vaak gedacht. De oorzaak hiervan is, is dat dementie vaak voorkomt bij maar liefst 1 op de 5 mensen. Meestal is het wel zo dat als men een oudere broer of zus in de familie heeft die dementie heeft/gehad heeft dat de kans dan groter is dat jij ook dement zult worden. Toch moet men er niet vanuit gaan dat als er veel mensen de ziekte van Alzheimer hebben in een familie of een andere vorm van Dementie, dat deze ziekte dan ook erfelijk is, het is dan puur toeval. Er zijn echter wel veel onderzoeken gevoerd naar de erfelijkheid van deze ziekte.

Volgens onderzoekers in 1934 spreidde de ziekte van Alzheimer in een aantal gevallen een dominant erfelijkheidspatroon tentoon. Men heeft ruim een halve eeuw later met behulp van moleculaire genetische technieken bepaalde stukjes van drie verschillende chromosomen kunnen aanwijzen die bij sommige gevallen een rol speelde bij deze ziekte, maar bij andere gevallen niet. Alleen deze constatering is niet voldoende om aan te nemen dat deze ziekte ook daadwerkelijk erfelijk is, aangezien verschillende erfelijke factoren eenzelfde ziektebeeld kunnen veroorzaken. Uit dit onderzoek blijkt wel weer dat de ziekte van Alzheimer erg complex is.

De chromosomen

In 1987 werd op chromosoom 21 een gebiedje gevonden in een paar families waarin de vroege vorm voorkomt. In dat jaar ontdekte men een code, dit was de genetische code van het zogenaamde Amyloïd Precursor Proteïne. APP is een proteïne ( grote klasse van biologische moleculen, die bestaan uit polymere ketens van aminozuren) waarvan een stof wordt afgesplitst dat het hoofdbestanddeel vormt van de karakteristieke Alzheimer. Uit onderzoeken is geconstateerd dat bij minder dan 15 families definitief kon worden vastgelegd dat er sprake was van een duidelijk overervingspatroon als gevolg van mutaties op het chromosoom 21.

Uit informatiebronnen is gebleken dat in de genen het eiwit amyloïd opgehoopt wordt, maar niet wordt afgebroken, deze ophoping van eiwitten van amyloïd kan een oorzaak zijn van het krijgen van dementie. Als deze persoon kinderen krijgt met deze defecten genen, zal de helft van hen in hun volwassenen leven de ziekte van Alzheimer ontwikkelen. Hieruit is ook gebleken dat de kans op erfelijke dementie het grootst is in families waarin de ziekte van Alzheimer op jonge leeftijd al voorkomt, hierbij wordt gesproken over kleine aantallen dus men mag niet van deze constatering uitgaan.

Eind 1992 bleek uit onderzoeken dat op chromosoom 14 mutaties voorkomen die verband houden met veel vroeg optredende familiaire Alzheimers. Rond de leeftijd van 45 zullen de eerste verschijnselen van de ziekte optreden in deze families.

Op de chromosomen 14 en 21 worden niet bij alle gevallen mutaties gevonden van vroege familiaire Alzheimers. Alzheimer treedt ook zonder mutaties op bij mensen van 65 jaar of ouder. 


(chromosoom portret van een man)

Vormen van Alzheimer

De kans dat iemand de ziekte van Alzheimer krijgt, met een eerstegraads familielid die deze ziekte heeft, is erg hoog. Deze vorm wordt familiair genoemd, een familiaire vorm wilt zeggen dat Alzheimer bij meer leden van een familie voorkomt. Het zegt niets over de oorzaak: er kan een erfelijke factor in het spel zijn, maar eht kan ook zijn dat men blootgesteld is geweest aan eenzelfde omgevingsinvloed. Men kan de ziekte ook sporadisch noemen, dat wil zeggen dat er geen andere Alzheimerpatiënten in de familie zijn.

Het onderscheid tussen familiair en sporadisch is in de praktijk moeilijk aan te tonen, maar de bestudering van enkele bijzondere familiaire gevallen heeft de eerste mogelijk genetische gerelateerde oorzaken van Alzheimer opgeleverd. 

Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie? 

Vasculaire dementie

Deze vorm van dementie wordt veroorzaakt door een tekort aan zuurstof in de hersenen waardoor ze beschadigd kunnen raken. Bij vasculaire dementie krijgt de patiënt een infarct in de hersenen, waardoor dit voor afsluiting van de bloedvaten in de hersenen zorgt. Als gevolg van deze beschadiging kan een verlamming, spierverstijving of gevoelsverlies ontstaan. Verder blijven de patiënten met deze vorm van dementie zich een lange tijd bewust van hun geestelijke achteruitgang. De stoornissen die in de hersenen plaatsvinden zijn afhankelijk van de plaats. In tegenstelling tot Alzheimer is vasculaire dementie een acute vorm van dementie en zijn de geheugen- en oriëntatieproblemen in het eerste opzicht veel minder opvallend. Telkens als er weer een nieuw infarct plaatsvindt, is er een stapsgewijze verslechtering bij de patiënt waar te nemen terwijl dit bij Alzheimer geleidelijk aan verloopt. Het is een vorm van dementie die meestal voorkomt tussen het 65e en 75e levensjaar. De oorzaak van vasculaire dementie ontstaat meestal niet plotseling. De meeste mensen die met deze vorm van dementie te maken krijgen hebben al andere hart- en vaatziekten gehad voordat ze te maken krijgen met vasculaire dementie.

Lewy Body-dementie

Lewy Body-dementie heeft sterke overlapping met Alzheimer en Parkinson. Lewy Body- dementie kenmerkt zich door sterke schommeling die ervoor zorgen dat het verstandelijk functioneren achteruitgaat. Ook kenmerkt deze vorm van dementie zich door verschijnselen van de ziekte van Parkinson zoals, stijfheid, langzame beweging, een gebogen houding en een afwijkende manier van lopen. In het begin is er sprake van een lichte vorm van dementie en blijft het geheugen en het uitvoeren van handelingen goed gaan. Patiënten met deze vorm van dementie kunnen wel al vroeg in het ziekteproces last krijgen van visuele hallucinaties. Deze vorm van dementie is zeer variabel en verschilt daarom van dag tot dag. Een kwart van de mensen met de ziekte van Alzheimer heeft ook te maken met Lewy bodies, dit hoeft niet bekend te zijn. Vaak wordt pas na de dood van de patiënt verondersteld dat er ook sprake was van Lewy bodies. 

In de hersenen bij een patient met Lewy-body dementie zitten abnormale inkapselingen van eiwithoudend materiaal, die zich voornamelijk in de hersenschors bevinden. Wanneer de dementieverschijnselen optreden voor of binnen één jaar na het ontstaan van de ziekte van Parkinson is er sprake van lewy body dementie. Als de dementie later in het verloop van de ziekte van Parkinson optreedt, is er sprake van parkinsondementie. Het begin van deze ziekte begint tussen het 5o-ste en 80-ste levensjaar van een persoon en in tegenstelling tot Alzheimer krijgen meer mannen deze vorm van dementie dan vrouwen. Bij Alzheimer is er minder sprake van visuele hallucinaties en valse overtuigingen en motorische problemen zijn bij Lewy-body dementie heviger en treden voornamelijk aan het begin van het ziekteproces op. Bij Alzheimer staan voornamelijk de geheugenproblemen op de voorgrond, terwijl het visuele problemen zijn die groter zijn bij Lewy-body dementie.

Parkinson dementie.

De ziekte van Parkinson is net zoals Alzheimer een progressieve hersenaandoening. Bij parkinson sterft een kleine groep cellen in de hersenen af die zorgen voor de chemische stof dopamine. Deze stof is vooral noodzakelijk voor het onder controle kunnen houden van je lichaamsbewegingen. De verschijnselen die kunnen optreden zijn trillen, stijfheid en moeilijk kunnen praten. Voor de patient met de ziekte van Parkinson is het risico op dementie ruim twee keer zo hoog als bij een gemiddeld persoon. Parkinson dementie kenmerkt zich door een sterk merkbare traagheid in denken en handelen. Patienten vinden het moeilijk om opgeslagen informatie weer terug naar boven te halen en hebben vaak last van stemmingsstoornissen en motorische problemen. Het beloop van deze ziekte kan heel wisselend zijn.

De ziekte van Pick ofwel de Frontaalkwabdementie (FKD)

Bij deze vorm van dementie sterven de hersencellen voornamelijk in het voorste (front) en aan de zijkant van de hersenen (temporaal) af. De eerste symptomen van deze vorm van dementie zijn meestal gedragsveranderingen en persoonlijkheidsverandering. De ziekte van Pick treft mensen op jonge leeftijd, namelijk tussen de 40 en 50 jaar oud. In het beginstadium van dezel ziekte is er meestal geen problemen met het geheugen. Zo is ook bij Alzheimer in het begin het geheugen nog redelijk intact, maar gedraagt de persoon zich vreemd. Uit autopsie is gebleken dat 77% van de mensen met frontaalkwab dementie ook de ziekte van Alzheimer hadden.

This free website was made using Yola.

No HTML skills required. Build your website in minutes.

Go to www.yola.com and sign up today!

Make a free website with Yola